maartengoesdownunder.reismee.nl

Deel 5 van mijn reisverhaal en bijbehorende foto's. Tevens het laatste deel

Het plekje waar ik de nacht door zou brengen werd Mount Gladstone lookout. Dit was een parkeerplaats op de top van Mount Gladstone waarbij je vanaf een uitkijkpunt de omgeving kon bewonderen. Na het koken van m’n dinner ben ik met mijn stoeltje op het uitkijkpunt gaan zitten en daar heb ik mijn eten opgegeten en van het uitzicht genoten. Op een gegeven moment viel mijn oog op een kangaroo die vlak onder het uitkijkplatform hupte en daar ook z’n ‘dinner’ nuttigde. Omdat hij mij niet in de gaten had kon ik hem mooi van dichtbij bewonderen. Bij terugkomst bij het busje raakte ik nog aan de praat met mensen die toevallig hetzelfde reisdoel als mij hadden voor de volgende dag. Dit was naar Cann River, een plaatsje aan de zuidkant van Australie en vervolgens vanaf daar nog over een 44km lange dirt-road naar de zuidkust te rijden naar de Thurra River campsite, deze ligt in het Croajingolong National Park, aan de kust waar de Thurra River in de zee mondt.

Daar aangekomen de volgende ochtend heb ik een wandeltrack naar de vuurtoren gemaakt en Point Hicks. Point Hicks was een monument die daar stond als nagedachtenis aan de ontdekking van Australie. Captain Cook zou Australie ontdekt hebben in 1770 en Point Hicks zou het eerste punt zijn waar zij stappen hebben gezet op het land. Point Hicks is vernoemd naar luitenant Hicks die het land als eerste gespot zou hebben. Er zouden voor 1770 ook wel mensen op Australie zijn geweest, maar Captain Cook is de officiele ontdekker. Teruglopend naar mijn busje kwam ik de mensen tegen die ik de dag ervoor ontmoet had. We hadden vervolgens een plekje vlak tegenover elkaar, en ze nodigenden me uit voor een bakje koffie. Het stel was Mike (Micheal) & Ollie (Olive) en waren ± 65 jaar. We hebben gezellig bij het kampvuur koffie zitten drinken en zitten praten tot het donker werd. We hebben vervolgens ons eten gemaakt op het vuur en geellig met z’n drieen zitten eten.

Toen ik ’s ochtend wakker werd heb ik het vuur weer leven ingeblazen en hebben we brood getoast boven het vuur (en besmeerd met pindakaas die je hier overingens gewoon in de supermarkt kan krijgen). Later die ochtend hadden we beiden in de planning om een walkingtrack te doen, dus besloten we het met z’n drieen te lopen. Dit was een tarck die uitkwam bij een paar enorme zandduinen van zo’n 120 meter hoog. Echt enorm waren ze. En stijl, een enorme klim om naar boven te komen. Boven aangekomen een heel mooi uitzicht alleen het begon enorm te waaide, en de lucht werd heel donker. Het leek wel een orkaan in de woestijn zo waaide het, en het opwaaiende zand deed pijn tegen je huid. We besloten daarom ook om niet nog veel verder te lopen, maar via de rivier terug te lopen naar de camping. Na terugkomst even gerelaxt bij het kampvuur tot het een beetje begon te regenen. We hebben ons vervolgens teruggetrokken in onze camper en caravan, ik heb daar even lekker gelezen, muziekje en een middagdutje gedaan, heerlijk. ’s Avonds heb ik mer Mike & Ollie een heerlijke roast gegeten die ze maakte in een speciaal meegebracht oventje. Roast is een groot stuk vlees, in de vorm van een bovenbeen van een lam o.i.d. samen met in stukken gesneden aardappels, een aantal halve uien, stukken pumpkin (pompoen, wat ze hier veel eten), dit alles in een ovenschaal met een laag olie en kruiden, en laat het maar lekker een paar uur in de oven sudderen. Heerlijk!

De volgende ochtend heeft Ollie pannenkoeken voor mij gemaakt. Die middag gingen Mike & Ollie naar de vuurtoren lopen waar ik al eerder was geweest, maar ben met ze meegereden in de auto tot waar de wandeltrack naar de vuurtoren begon, vanaf dat punt ben ik via het strand weer terug gelopen naar de camping. Het was achteraf een goed idee om mee te rijden en terug te lopen omdat het nog steeds hard waaide en het wel een zandstorm op het strand leek maar ik de wind in mijn rug had en dus nergens last van had. Tijdens mijn wandeling nog een dode zeehond gevonden waarvan ik nog een deel van zijn onderkaak+tanden heb afgerukt omdat die al helemaal vrij was van vlees, en later bij terugkomst in Melbourne naar Wessel (broertje) heb opgestuurd in een envelop. Ik besloot nog één nacht te blijven en ’s ochtends aan de hand van het weer te beslissen, of ik meteen terug reed naar Melbourne wat nog zo’n 500 km was, of dat ik nog één camping tussendoor zou pakken.

’s Ochtends waaide het nog steeds enorm en het was wat grijs, wel een mooie dag hoor, maar ik had geen zin om met dit weer nog een camping te zoeken dus ik besloot om meteen door te reizen naar Melbourne. Mike & Ollie gingen dezelfde ochtend ook weg. Ik heb nog het adres van hen gekregen om nog eens een paar dagen bij hen langs te komen. Na lekker op het campvuur gemaakte toast te hebben gehad, en m’n spulletjes gepakt te hebben ben ik om ± 8.30 vertrokken om vervolgens rond 15.30 aan te komen in Melbourne.

Nou, dit was het dan. Ik heb er enorm van genoten en veel mooie dingen gezien, en hoop dat jullie ook van mijn verhaal genoten hebben. Ik heb inmiddels nog een aantal leuke dingen beleefd, deze belevenissen zal ik later op mijn weblog zetten.

Groetjes Maarten.......

Deel 4 van mijn reisverhaal en bijbehorende foto's.

Vroeg in de middag kwam ik aan de South West Rocks. Het was hier enorm druk vanwegen het paasweekend, en de camping waren overladen en het strand was enorm druk. Het was mij eigenlijk wat te druk, dus ik heb er even rond gekeken en ben verder gereden. Ik had geen zin om te gaan betalen voor een een camping die overvol stond, dus ging ik opzoek naar een parkeerplek waar ik kon overnachten. Dit bleek nog niet makkelijk omdat bij alle parkeerplaatsen een bordje stond dat het verboden was te overnachten. Na nog wat rondgereden te hebben en wat dingen bekeken te hebben, ondermeer kwam ik een paar kangaroo’s tegen waar je heel dichtbij kon komen, vond ik een parkeerplekje waar niet zo’n bordje stond. Na een mooie wandeling gemaakt te hebben en ik bijna terug kwam bij het campertje kwam ik erachter dat je via een loopbrug vanaf het parkeerplekje op de achterkant van de naast gelegen camping uitkwam. Ik ben toen maar even zo vrij geweest om gebruik te maken van het sanitair daar heb daar een heerlijke douch genomen voor ik ging slapen, daar was ik ook wel weer even aan toe.

’s Ochtends was ik weer vroeg wakker zoals de meeste dagen, maar wat wil je ook als je 20.00-20.30 gaat slapen. Heerlaijk zo’n lange nachtrust. Ik ging opweg naar de Hunter Valley. Een groot wijngebied, dan een klein stukje landinwaart lag ongeveer 150-200km boven Sydney. Daar aangekomen was het al weer vrij laat en kon ik niet veel meer bekijken omdat ik het campinkje (weer gratis) wilde bereiken voor het donker. Tijdens de rit door de Hunter Valley deed me echt het Frankrijk gevoel opbloeien. Heerlijk!!

De volgende ochtend heb ik het lekker rustig aan gedaan. Uitgebreid ontbeten met een kop thee en bacon&eggs. Rond 10.30 ben ik terug de Hunter Valley in gereden om wat rond te kijken en wat wijnmakerijen te bekijken. Bij één van de wijnmakerijen heb ik nog wijn geproeft en een in de Hunter Valley gebottelde wijn gekocht. Rond 3uur besloot ik terug te gaan naar dezelfde campingplaats om daar even te relaxen, wat lezen, sudoko, muziekje luisteren. Vlak voordat ik ’s avonds m’n campertje in ging begon het wat te regenen en toen ik ’s ochtend wakker werd nog steeds. Mijn reisdoel was om via een weg die vanaf Tomerong een klein plaatsje 180 km onder Sydney de binnenlanden in liep. Dit was een deels asfalt deel dirt-road van zo’n 200km naar de plaats Cooma met onderweg één grotere plaats. Aangekomen bij de camping die ik voor de nacht had uitgekozen die en klein stukje deze binnenlands in lag stond er één busje met een klein caravannetje er achter waar een gezellig muziekje uit kwam. Ik klopte aar om er even een praatje te maken en er zeker van te zijn dat dee persoon/personen ook bleven voor de nacht omdat het weer volledig uitgestorven was daar. Na het kloppen ging de deur op en kwam er een klein, dik, stotterend mannetje met een grijs zikje te voorschijn. Een echte australiër die het woord bloody eigenlijk voor alles wat hij zei gebruikte. Hij was net bezig met het koken van z’n Thee (zo noemen de echt australiërs hun dinner). En dat was ik oon net van plan. Toen ik terug liep naar mijn campertje kwam het mannetje ineens achter mij aan met in zijn hand een bordje met daarop een hamburger en een klein bultje hutspot maar dan met pompkin (pompoen) in plaats van worteltjes, en in zijn ander hand een fles ketchup. Hij vroeg of ik thee van hem wilden, hij zei dat precies genoeg was voor twee, ik moest maar even een vork en m’n stoel pakken en bij hem bij het kampvuur komen zitten. Ach ja prima toch, lekker makkelijk en gezellig. We hebben wat gepraat en het bleek dat hij al 17jaar permanent op de weg leefde met zijn auto en caravannetje en al vijf keer Australië was rondgereden. Na wat gepraat te hebben en het rond 18.00-18.30 donker werd zin we beiden ons stulpje in gekropen voor een heerlijke vroege/lange nachtrust.

Toen ik die ochtend om ongeveer 7.30 wakker werd en ik uit mijn raampje keek was het mannetje al vertrokken en had ik helemaal niks van gemerkt. Ik ben verder de dirt-road afgereden die leidde naar Braidwood, het plaatsje dat ik zou passeren. Ik had bij het cafétje nog even voor de zekerheid gevraagd of het tweede deel van de dirt-road richting Cooma voor mij en in het bijzonder mij busje te doen was en of daar geen regen was geweest of ging vallen. Dit zou geen probleem zijn en ik ging verder. Ik was opweg naar de Hanging Roch en daarna wilde ik de Wyanbene Caves gaan bekijken waar ik ook mijn campinkje voor de nacht moest zijn. Beide keren moet ik vanaf de weg waarop ik reed een kleine dirt-road inslaan. Deze afslagen moest ik beide tegengekomen zijn voordat de weg waarop ik opreed van asfalt in dirt-road verder liep. Op een gegeven moment kwam deze dirt-road dan ook en bleek ik dus te ver gereden te zijn. Ik heb een boertje die verder op bezig was gevraagd en die bevestigde dit en vertelde dat ik een aantal kilometers terug moest. De afslag naar de Wyanbene Caves werd niet aangegeven met een bord, maar ik moest terug rijden en wanneer ik op de top van een iets grotere heuvel kwam en ik een stuk of 15 briefenbussen naast elkaar zou zien staan moest ik er daar inslaan, en die had ik inderdaad eerder zien staan. De Hanging Rock kende het boertje niet, maar dit moets volgens hem The Big Hole zijn, en die afslag had ik nog even eerder wel voorbij zien komen. Ik besloot eerst naar The Big Hole te rijden en daar even rond te kijken. Vanaf het carpark kon je via een returnwalk van 3,5 km naar The Big Hole lopen, dit moest volgens het informatiebord en de naam natuurlijk een enorm gat zijn. Vanaf The Big Hole kon je je route ook nog vervolgen naar iets anders (waar ik naam van vergeten ben) dit was vanaf de parkeerplaats een 13 km return walk. Je liep de route door het bos en wanneer je The Big Hole naderde zag je een look-out platform tussen de bomen waarvan je dacht; wat moet dat ding daar? Eén maal daar aangekomen en op het platform te staan wist je niet wat je zag. Het was zoals de naam al aangaf een enorm groot diep gat met op de bodem allemaal varens en planten. Hij was zo’n 90 meter diep. Het gat was ontstaan omdat er veel limestone in de grond zat, dit is een hele zachte soort grond, in door de jaren heen is het daar zo verzakt dat er een groot gat ontstond. Als er regen was geweest ontstond er ook een klein poeltje op de bodem. Naast de zwaluwen die je ronder rond zag vliegen moest er ook een Lyrebird op de bodem leven. Die heb ik jammer genoeg niet mogen zien. Ik zat vervolgens te twijvelen of ik terug zou lopen naar de carpark of de 13km lange return walk verder zou vervolgen. Het was nog vroeg, en ach ja ik was er toch, besloot ik verder te lopen. Ik wist niet wat ik moest verwachten, ik kwam uit bij een klein stroompje die in de regentijd veel groter moest zijn en een nauwe gang tussen de rotsen rotsen had uitgeslepen, en een grote grot had gemaakt. Dit riviertje kon je doorlopen en ook door de grot. Ik ben op een punt gestopt waar het water de diep en te koud was om verder te gaan, en ben ik mijn pad terug vervolgd. Tijdens deze wandeling ben ik ook enorm veel termitenbulten tegen gekomen, enorme dingen. Ze leken alleen allemaal onbewoond, geen termiet te bekennen. Terug gekomen bij de parking heb ik me even opgefrist in de rivier en heb ik lekker geluncht en ben ik verder gereden naar de Wyanbene Caves om daar op het campinkje de nacht door te brengen. Het was rond 16.30 toen ik daar aankwam. Het was een prachtige plek midden in het bos aan een grote open plek. Alles mooi fris groen. Een toiletje, een paar picknickbankjes en vuurplaatsjes, en natuurlijk weer gratis. Ik besloot de Caves de volgende dag te bekijken en een vuurtje te stoken en tot 5 uur te relaxen om vervolgens met het eten te beginnen zodat ik voor het donker gegeten zou hebben. Na gegeten te hebben was het dan ook donker en ben ik nog even bij het kampvuur blijven zitten en daarna weer vroeg mijn campertje in gekropen. Het is namelijk aarde donker op plekken als deze en als je dan bij het vuur zit of je je hoofdlampje op hebt om wat te lezen kan je helemaal niks zit omdat je een soort nachtblind wordt van het licht.

Het was een enorm koude nacht, en nadat het 3 uur was geweest werd ik telkens om het half uur wakker van de kou. Toen ik op een gegeven moment weer wakker werd en ik zag dat het licht begon te worden (rond 6.30) ben ik naar buiten gegaan en heb ik een vuurtje gemaakt om daar lekker op te warmen. Ik heb daarna ontbeten en mijn tas gepakt om naar de caves te gaan, dit was maar een paar honderd meter lopen vanaf het campinkje. Daar aangekomen was er een gat in de grondmet een ijzeren deur er voor die open stond, en er was een ijzeren trap door het smalle gat naar beneden. Er stond een bordje naast dat je goed anti-slip schoensel moest dragen, en het hier om een limestone grot ging waar veel insecten etende vleermuizen leefden en veel andere dieren die in grotten leefden. Ik besloot met m’n hoofdlampje op de trap af te dalen, drie meter lager hield de trap op en kwam ik erachter dat m’n hoofdlampje niet genoeg licht om iets te kunnen zien in de grot. Ik had nog wel een ander klein zaklampje bij me die het wel goed kon verlichten, en ik zag meteen wat vleermuizen om me heen vliegen. Om verder de grot in te gaan moest je een smalle enorm stijle weg vervolgen, die bijna recht naar onderen liep. Omdat het Limestone was en het vochtig was in de grot was de ondergrond net een soort glibberige klei laag. Ik heb nog een poging gewaagd om dieper te gaan, maar kwam er na een meter al achter dat het niet verstandig was om verder te gaan. Met reden dat je toch echt je twee handen nodig had om je te ondersteunen, en ik mijn zaklampje ook nog in mijn hand moets houden. Het risico om uit te glijden was vrij groot en waneer dat zou gebeuren en ik naar beneden zou glijden zou er niemand zijn die me zou kunnen helpen. Ik ben weer naar boven geklommen en met een beetje teleurgesteld gevoel terug gelopen naar mijn busje. Ik besloot de dirt-road verder te volgen richting Cooma en onderweg nog een weggetje in te schieten die ik ook als tip mee kreeg van het boertje om daar de cascades en de Tyross Falls te bekijken. Het boertje had gezegd dat dit weggetje te doen zou zijn met mijn campertje, ook had ik op het informatiebord bij The Big Hole gelezen dat dit een 2 wheeldrive track moest zijn. Nou ik zal je zeggen, het was echt geen 2-wd track. Het was 13 km lange weg met enorme gaten en kuilen, enorme stijle stukken en dikke stenen en keien in en op de weg. En maar door rijden natuurlijk, en hopen tot de laatste kilometer dat het wel beter zal worden. Ik dacht dat het hele busje uit elkaar zou rottelen en bij sommige bulten ging ik slippend omhoog. Daar aangekomen heb ik twee prachtige wandeltochten gemaakt en een mooie waterval gezien. Er was ook een campinkje bijgelegen en ik besloot daar de nacht door te brengen. Omdat het nog vroeg was ± 15.00 uur, had ik ook nog even de tijd om lekker te relaxen. Het was er overigens ook weer prachtig en er was weer helemaal niemand. Toen er later stel het terreintje kwam oprijden om hun lunch daar te nuttigen raakte ik al vrij snel met hen aan de praat. Deze bevestigden nog even dat het weggetje, zoals hun hadden gehoort bij een informatiecentrum, inderdaad een 4-wd track was in plaats van een 2-wd track. Ook vroegen ze me of ik daar voor de nacht bleef en waarschuwden ze mij dat het al lastig was om de track terug te rijden omdak ik nu veel meer moest klimmen dan de heen weg, en waneer het eventueel zou regenen ik helemaal niet meer terug kon komen. Aan de lucht te zien leek er niks aan de hadn, maar het weer kan daar zo van het één op het andere moment omslaan. Ik besloot het zekere voor het onzekere te nemen en terug te rijden. Ook met rede dat wanneer ik in de problemen zou komen de mensen met wie ik sprak na mij de weg nog zouden rijden en me dan eventueel konden helpen. Maar de weg terug volbracht ik zonder problemen. Ik vervolgens de dirt-road verder afgreden Cooma om daar een plekje te zoeken voor de nacht.

Het vervolg komt later...

Groetjes Maarten

Deel 3 van mijn reisverhaal en bijbehorende foto's.

Ik werd de volgende ochtend wakker en nadat ik mijn gordijntjes open deed zag ik dat het stel vertrokken was en ik weer alleen op het campinkje was. Toen ik voor mijn busje zat en een eitje aan het koken was voor ontbijt voelde ik de rust. Naast het geluid van de stromende rivier, de fluitende vogleds, de sprinkhanen in het gras, het af en toe geloei van een koe, en het geplons van een springende vis vlak voor me in de rivier hoorde je helamal niet. Heerlijk!! Toen kreeg ik de gedachte om mijn schriftje te pakken en in alle rust de dingen op te schrijven die ik de afgelopen dagen heb beleefd, dit om de kleine (vaak mooie) dingen die ik beleefd had op papier wou hebben om ze niet te vergete. Ik wou die morgen/middag afreizen naar Kempsy, wat nog 70 km verderop lag om daar boodschappen te doen. Dit was ook wel nodig omdat mijn eten op begon te raken. Ik wilde alleen eerst alles op geschreven hebben van wat ik tot dat moment beleefd had om niet acherop te komen met schrijven, maar besefte na een tijdje schrijven dat dat me niet voor de middag ging lukken omdat ik alles veel te uitgebreid beschreef. Op een gegeven moment was het ook al wat later in de middag en bedacht ik me dat ik nog wel prima een nacht kon blijven en ik precies genoeg eten had voor een avond en een ochtend. Ik besloot ook nog even het vislijntje op te zoeken die Wessel me had mee gegeven om een vis proberen te vangen, maar dit was te vergeefs. Ik raaktje na het vissen in gesprek met een ouder stel die voor de lunch even het campinkje op waren gedraaid. Op een gegeven moment kwam het ter sprake dat ik niet zo heel ruim in het eten zat en wel vanplan was langer te blijven, waarop de vrouwn mij m’n handen vol eten drukte. Een heerlijke cake achtig brood, zelf gebakken taart/cake met turksfruit, een half pakje met plakjes roastbeef, en een blikje ijskoud frisdrinken. Erg aardig van ze. Vlak daarna kwam er nog een auto het terein op rijden en kwam vlak naast me te staan. Ik ging een praatje met hem maken om te vragen of hij de nacht bleef en dat bleek zo te zijn wat mij gerust stelde omdat ik daar dan ’s nachts niet alleen zou zijn. De man was de 56 jarige Jef. Ik ben vervolgens de hele middag en avond bij hem geweest. We hadden wat gepraat over van alles en nog wat, hebben ’s middags gevist met de hengels die hij bij zich had (niks gevangen) en hout gezocht voor het kampvuur wat we gingen maken die avond. ’s Avonds hebben we voor dinner worstjes en bakedbeans gegeten die hij met mij deelde, dit maakte mijn potentiele voedselprobleem ook weer minder groot. Toen we ’s avond bij het kampvuur zaten besefte ik dat mijn engels echt met grote stappen vooruit is gegaan, dat ik ook niet meer bang ben om met mensen te praten en dat mensen mij complimenteren op mijn goede engels. Ook zie ik in dat alleen reizen mooi is omdat je met veel mensen in contact komt. Wel moet je vaak zelf contact zoeken, maar één simpele vraag is vaak al genoeg voor een gesprek. Jef en ik zaten lekker te genieten van de rust bij het kampvuur met in ons hand een scotch whiskey-cola die hij had meegebracht, tot het moment dat onze avond werd verstoord door een enorme plensbui . We zijn vervolgens maar snel onze camper en tent ingevlogen.

Toen ik de volgende ochtend aan mijn ontbijt zat was het weer opgeklaard. Opeens kwam er uit het niets een kangaroo uit de bosjes springen en sprong rustig door het gras tussen mij en de rivier voorbij. Weer even zo’n mooi momentje en besef je weer even dat je toch echt in Australië bent. Aan het begin van de middag hebben Jef en ik nog een keer proberen een vis te vangen, maar weer tevergeefs, en Jef maar zeggen dat het kwam omdat de rivier te snel stroomde. Ik was eigenlijk vanplan vandaag te gaan, maar ik was nog niet klaar met schrijven, vermaakte me nog prima en hand nog steed genoeg eten dus ik besloot nog een nacht te blijven. Aan het eind van de middag gingen we nog een keer proberen een vis te vangen. Dit keer inplaats van met nepsvisjes zoals bij de vorige keren nu met een stukje rauwe lamb chop aan de haak. Dit bleek een beter succes. We hadden beide een paar flinke aanbeten totdat Jef een flinke vis aan de haak kreeg. Het was echt een enorm beest, het water kolkte enorm en zijn hengels boog zo ver door dat ik dacht dat hij zou knappen. De vis was zo sterk dat Jef hem amper binnen kon halen. Hij was er even mee aan het vechten tot zijn lijn knapte. Daarna heeft Jef nog drie pogingen gedaan hetzelfde beest proberen te vangen, drie keer hetzelfde ritueel, maar het materiaal bleek niet sterk genoeg voor deze gigant. Ik wist ondertussen wel een vis te haken en aan de kant te halen. Dit was een flinke paling van ongeveer 65cm. Jef zei tegen me; ‘je wou toch paling eten, sla hem dood met een steen’. Dit wou ik wel doen op voorwaarde dat Jef me zou uitleggen hoe ik hem moest villen, en hij ging akkoord. Ik heb de paling gedood, Jef heeft hem gefilt voor me (maar ik weet nu wel hoe het moet), heb hem 20 minuten gekookt en vervolgens gebakken met peper en zout. De smaak was goed, boven verwachting omdat ik al door een paar andere campinggasten voor gek was verklaard paling te eten en Jef ook liever geen paling at. Lekker vis, en zo had ik weer een maaltje voor mezelf geregeld. Na een paar rode wijntjes bij het kampvuur ’s avonds ging ik naar bed omdat ik beina omviel van de slaap.

Toen ik ’s ochtends wakker werd en ik naar Jef toe liep om hem goede morgen te wensen was hij aan het inpakken en zei dat hij die ochtend zou vertrekken. Hij gaf mij zijn cocktail-frankfurts die ik maar voor ontbijt moest koken voor ontbijt. Verder gaf hij me twee enorme lamb chops voor ’s avonds een halve fles melk en een pakje boter, dit wou hij allemaal niet meer naar huis nemen. Ik besloot vervolgens nog één nacht te blijven omdat ik het nog steeds naar m’n zin had, en ik ook nog genoeg eten had. Gratis verblijf, gratis eten en rust, kan niet beter dacht ik. Toen Jef klaar was voor vertrek ben ik nog een klein stukje met hem meegereden om vervolgens via de dirt-road weer terug te lopen. Ik ben nu drie nachten en drie dagen op het campinkje geweest, ben bijna bij met schrijven en na mijn middagdutje kwam ik er achter dat het veld achter me helemaal vol gelopen was met 4wd’s, tenten en mensen, en wist ik helemaal zeker dat ik de volgende ochtend zou vertrekken. Ik werd ’s avonds toen ik mijn heerlijke lamb chops aan het bereiden was nog uitgenodigd door een paar jonge jongens om een biertje te komen drinken bij hun kampvuur. Leuk gepraat en gezellig.

’s Ochtend werd ik wakker met een net niet kater van de net niet te veel biertjes van de avond ervoor. Ik kreeg ontbijt aangeboden van het jonge stel dat nast me stond sinds de dag ervoor. Heb vervolgens rustig m’n spulletjes gepakt en ben 11uur vertrokken. Ik ben er 4 nachten en 4 dagen geweest, en enorm veel aardige mensen ontmoet daar. Mijn reisdoel voor die dag was de South West Rocks die ik ging bereiken via de nog 70 km lange binnenlandse weg waarvan nog 15 km dirt-road was. Dit was overigens een prachtige stuk rijden, dwars door de landerijen, heuvels en bergen en had van mij nog wel 70 km mogen duren. Deze weg leidde naar Kempsy waar ik eerst nog even mijn boodschapjes ging doen.

De rest komt later...

Deel 2 van mijn reisverhaal en bijbehorende foto's.

Toen ik bij de Wollomombi Falls was aangekomen te zijn ben ik daar een wandeltrack gaan doen. Deze bracht mij na een korte afstand lopen al op een uitkijkpunt waar ik een prachtig uitzicht had op de Wollomombi waterval, wat een van de hoogste van Australie moet zijn. Toen ik mijn pad terug vervolgde om de waterval via een andere kant te kunnen bekijken kwam ik in gesprek met een stel (50+), dit waren Stuart en Suzanne uit New Castle (Australie). Zij gingen dezelfde track als mij lopen. Ik had een leuk gesprek met hen tijdens deze wandeling. Ook vertelde zij mij dat ze er de dag ervoor ook waren geweest en er toen maar een minimaal straaltje water van de berg naar beneden kwam. Maar n a de regen van de nacht ervoor had dit zich ontwikkeld tot een enorme waterval met een inmense drop-down. Tijdens de trek hebben we nog een Echidna gezien, deze had ik al eerder langs de ‘Great Ocean Road’ gezien, maar blijken heel zeldzaam te zijn. Het is een soort kruising tussen een egel en een mol maar dan is hij een stuk groter dan beide. Als verdediging kruld hij zich niet op als een egel maar graaft hij zich in met zijn enorme graafpoten, en hij heeft een snuitje als een miereneter. Ik heb de Echidna vervolgens uitgegraven om een beter foto te kunnen nemen, dit viel nog niet mee omdat het enorme sterke gravers zijn. Nadat we terug kwamen bij de auto hebben we nog even een praatje gemaakt en kreeg ik hun adres en telefoonnummer en nodigde ze me uit voor een dinner bij hun thuis wanneer Karina over zou komen en we in de buurt zouden zijn. Erg aardig van ze. Het was inmiddels 16.30 en ik had nog 2,5uur de tijd om de camping te bereiken voordat het donker werd. De camping lag halverwege een 140km lange weg die dwars door het gebergte binnenland naar Kempsy (een grotere plaats aan de oostkust) lag. Ik had begrepen dat dit deels een dirt-road was een heb nog even met Stuart naar de kaart gekeken, hij dacht dat de weg makkelijk te doen zou zijn met mijn busje en ik dit zeker zou halen voordat het donker zou zijn. Ook als je naar de kaart keek werd het aangegeven als een vrij grote weg. Dit bleek alleen heel erg tegen te vallen. De 70km naar de camping bleek aleen maar dirt-road te zijn. Het begin was nog wel redelijk, maar het werd al snel minder. Er kwamen telkens meer gaten, scheuren en kuilen in de weg, het slingerde enorm. Op de meeste plekken was de weg ook maar één auto breed en staan er borden langs de kant dat je op moet passen voor naderende vrachtwagens waarvan ik ten eerste dacht, hoe kunnen die hier überhaupt rijden, en ten tweede hoe zou je elkaar moeten passeren. Toen kwamen er op een gegeven moment borden met werkwerkzaamheden, nou die wil je ook zeker niet meemaken op een dirt-road. Afgebrokkelde randen langs de weg, nog grotere gaten en scheuren. Daarna werd de weg even iets beter alleen reed ik een dal in met aan beide kanten dicht regenwoud en hing er een enrome dichte witte mist, ik kon nog geen vijf meter voor me kijken. Dan denk je dat je het gehad hebt, maar dan komen er nog meer angstaanwekkende borden langs de weg die vertellen dat je niet moet stoppen omdat er vallend gesteente is, en borden die waarschuwen op slipgevaar bij nat weer. En het was zeker nat weer. De regen van de nacht ervoor had me bij de Wollomombi Falls heel wat moois opgeleverd, maar ik was er in dit geval wat minder blij mee. Het was één goot blubberpad. Ik had twee opties: Optie 1: langzaam en heel voorzichtig rijden om slippen te voorkomen maar waarbij dekans groot was om vast komen te zitten. Optie 2: gas houden en doorstomen om niet vast komen te zitten, met als gevolg dat de auto van de ene naar de andere kant van van de 1 a 1,5 auto brede weg glibberde met het risico was dat je in een grote slip of tegen de rotsen zou knallen of aan de andere kant de afgrond richting de rievier zou inrijden. Ik heb m’n verstand op nul gezet en ben voor optie 2 gegaan. God zei dank ging alles goed en had ik af en toe het gevoel of ik midden in een rally reed. Met het zweet in m’n bilnaat moet ik eerlijk bekennen. Verder ben ik nog een heel aantal koeien tegen gekomen die midden op de weg stonden en er zeker niet aan dachten om aan de kant te gaan. En ben nog een aantal houten bruggetjes over gereden die er gans verrot uitzagen en je de houten balken onder je hoorde rottelen. Overigens was er naast elk van deze bruggetjes een nieuwe betonnen brug in aanbouw, dit bevestigde maar weer dat ze niet hele beste staat waren. Ik ging me telkens meer afvragen of ik wel op de goede route was omdat de weg niet te vergelijken en overeen kwam met de kaart. Totdat ik een paar streekjes voorbij reed met 3 a 4 huizen die wel op de route lagen wat me weer een beetje hoop gaf. Al met al kwam ik precies om 7uur aan op de camping die ik nog bijna voorbij gereden was omdat het bordje compleet onder de bagger zat en de camping helemaal uitgestorven was. Het was de rit van m’n leven!

Het was weer een gratis campingkje die bestond uit een groot grasveld waar het gras heel hoog stond, een liepen een aantal koeien rond die het gras kort moesten houden maar daarvoor niet echt hun best deden. Er stonden nog een aantal vervallen hokjes en een toiletje als op de vorige camping. Het was gelegen aan de Macleay river. Ik reed het campertje naar een plekje zo dicht mogelijk bij de rivier met een prachtig uitzicht zo bleek de volgende ochtend toen het licht werd. Binnen tien minuten was het donken. Maar dan ook echt donker, nergens een lichtje. Ik voelde me niet helemaal op m’n gemak gemak, ik was daar helemaal alleen in the middle of nowhere, als me wat zou gebeuren of iemand zou kwaad willen was er geen hulp. Ik besloot om mijn eten te komen, m’n tanden te poetsen en me daarna mezelf op te sluiten in m’n camper in de hoop dat het snel ochtend zou worden. Ik had voor de zekerheid wel m’n grote zware ijzeren stuurslot naast me liggen om eventueel iemand een hengst te kunnen verkopen. Terwijl ik na het eten van mijn dinner mijn tanden aan poetsen was en het gevoel had me bijna veilig op te kunnen sluiten in de camper werd mijn angst gevoel versterkt door het feit dat ik een auto over de dirt-road aan hoorde komen rijden. Deze minderde snelheid bij de inrit van de camping, draaide zijn neus in de camping oprit, stopte en begon met zaklampen te schijnen. Ik veroerde me niet en wachtte af wat er zou gebeuren. Die auto bleef daar zo een halve minuut staan en reed toen het pad verder op. Ik twijvelde geen moment en pakte mijn pasje en het grote geld uit mijn beurs en drukte die samen met mijn camera onder het matras. Ik pakte het enorme vleesmes die ik ook bij de campingspulleen had gekregen en wachte af. De auto stopte bij één van de vervallen gebouwtjes die ik eerder gepasseerd was met mijn busje en bleef daar staan. Twee mensen stapten uit en begonnen weer te schijnen met zaklampen. Ik besloot niet af te wachten en liep met het mes en een gedoofde zaklamp in hun richting. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat het een stelletje was die zochten naar een plek waar ze hun tent konden opzetten. Na even met ze gepraat te hebben en wist dat ze er ook voor de nacht bleven stelde me dat een beetje gerust, maar weerhield me er niet van om toch lekker in mn campertje te kruipen. Het was even allemaal heel spannend, maar viel het toch weer allemaal mee. Je ik dacht je kan maar beter het zeker voor het onzeker nemen en je veiligheid voorop stellen.

Dit is het even voor nu, de rest komt later.....

Deel 1 van mijn reisverhaal en bijbehorende foto's.

Nadat ik Geert-Jan en Dick heb afgezet in Brisbane ben ik terug gereden naar Coolagatta waar we al twee nachten eerder hadden gestaan met de camper. Nadat ik het campertje weer op het parkeerplekje op het uitkijkpunt had gezet voor mijn overnachting ben ik naar de supermarkt gelopen voor mijn dinner. Op weg daar naartoe kwam ik de twee Nederlandse jongens uit Heerenveen tegen die we die ochtend met hun campertje ontmoeten op het uitkijkpunt. Zij bleven daar ook voor die nacht. Ze waren opzoek naar de grote supermarkt waar ik ook naartoe ging, maar ze konden hem niet vinden en zijn we er vervolgens met z’n drieen heen gelopen. Daarna gingen we gezellig met elkaar barbequeen, alleen de barbeque op het uitkijkpunt was bezet. Gelukkig hadden we nog niet zo heel erg trek. We hebben tijdens het wachten genoten van een stokbroodje met dipsaus, een biertje, het uitzicht, en een goed gesprek. Daarna lekker gebarbequed.

De volgende ochtend waren we rond 7.30 uit onze camper gebrand door de enorm velle zon, en zijn we weer naar de supermarkt gelopen voor breakfast. Nadat we terug op het uikijkpunt ons ontbijt hadden genuttig was het tijd voor onze ochtendduik. Na nog even op het strand gelegen te hebben en nog een duik genomen te hebben was het rond 12.00 uur en besloot ik me klaar te maken voor vertrek. Ik was al een uur in het achteruit, want zou ik een paar kilometer naar het zuiden rijden kwam ik over de grens van van Queensland waar ik zat en New South Wales wat tevens de tijdgrens was en zou betekenen voor mij dat de klok een uur vooruit ging. Nadat ik de Heerenveense jongens nog even heb laten zien hoe je de olie, koelvloeistof en remvloeistof checkt ben ik mijn reis terug naar Melbourne begonnen met als doel voor de nacht een camping in het Bundjalung National Park te pakken.

Na een paar uur gereden te hebben ben ik van de Pacific Hwy afgedraait om vervolgens nog 13km landinwaarts te rijden. Vlak voordat ik de camping bereikte ben ik nog even een picknick area ingedraaid om even een broodje te smeren en een kleine wandeling te maken. Het apparte was dat je het bos uitliep en direct op het strand terecht kwam. En waar je ook keek, geen mens. Ik ben een stukje gaan lopen naar waar het strand de bocht om ging, en een rotspartijtje het water in liep. Daar ben ik overheen gelopen en ontdekte in de kliene met zeewater gevulde poeltjes een heel appart iets. Mijn eerste gedachte was dat het grote zwarte paardenpiemels waren die in het water lagen. Na het beter geinspecteerd te hebben waren het lange ±30-50cm pikzwarte glibberige dingen die met een kant onder een steen of rots zaten en aan de andere kant een heel aantal zuignap achtige pootjes hadden. Als je ze aanraakte krompen ze in elkaar. Ik kwam er dus al snel achter dat het geen paardenpiemels waren en probeerde te achterhalen wat het dan wel moets zijn. Het enige waarvan ik dacht dat het kon zijn was een zeekomkommer met de gedachte dat die er toch anders uitzagen en groen waren. Toen ik zag dat er toch meer mensen het strand op waren gelopen werd mijn gedachten bevestigd nadat ik een van hen gevraagd had naar de paardenpiemels. Het waren inderdaag zeekomkommers. Ik ben weer over het strand terug gelopen naar het busje en heb mijn weg vervolgd naar de camping. Na daar aangekomen te zijn en een mooi plekje toewezen gekregen te hebben ben ik op m’n stoeltje naast het busje gaan zitten onder het genot van een glas rosé. Het was een simpele vrij rustige ruime camping aan het strand. Ik heb mijn dinner gekookt, met m’n bordje naar een picknickbankje aan het strand gelopen en daar mijn eten genuttigd. ’s Avond heb ik een kampvuurtje gemaakt en daar lekker gezeten onder het genot van een glas rode wijn. Daarna heerlijk warm gedoucht wat ik al bijna 2 weken niet meer gedaan had, en ben vervolgens heerlijk gaan slapen.

Toen ik wakker werd de volgende ochtend ben ik met mijn ontbijt spulletjes naar het picknickbankje gelopen en daar ontbeten. Toen ik terug liep naar het busje passeerde ik een ouder stel die ook zaten te eten aan een picknickbankje. Ik sprak ze aan met de vraag hoe ik het beste terug kon rijden naar de Pacific Hwy. We raakten verder aan de praat en ze boden me een kop thee aan. Ze vertelden dat ze al een aantal keer in Nederland waren geweest en door Europa waren gereisd en ook al veel van Australie hadden gezien. Ze vroegen wat ik deed en vanplan was en ik pakte vervolgens snel mijn kaart uit de auto zodat ze me misschien wat tips konden geven over de weg terug. Ze hebben me een heel aantal dingen aangewezen die heel mooi moesten zijn en wat mooie routes die ik kon rijden. Ik kreeg ook nog de tip om te gaan snorkelen lans de rotspartij die naast het strandje bij de camping lag. Deze heb ik aangenomen en het was prachtig. Mooie onderwater wereld, veel vissen. Niet zo mooi als in het Great Barrier Reef maar toch hier ook wel veel gekleurde vissen. Toen ik me daarna even afgedoucht had ben ik rond een uur of 1 mijn weg vervolgt richting de Wollomombi Falls. Via een route die ik als tip van die man had mee gekregen. De route liep ook langs de Danger Falls en de Ebor Fallls. Ik was van plan deze watervallen die middag te bekijken, en daarna door te rijden naar een camping vlak voor de Wollomombi Falls. Nadat ik in Coffs Harbour nog even wat boodschapjes had gedaan en ik de Pacific Hwy afdraaide richting de Falls kwam ik erachter dat ik qua tijdsplanning niet helemaal uitkwam, aangezien het om 7 uur al donker is, en ik de camping voor het donker wilde beriken. Ik ben dus de watervallen voorbij gereden en zo’n 25km voor de Wollomombi Falls een dirt-road ingereden die leidde naar de camping. Na 13km goed begaanbare gravel-road waarbij je af en toe wel moest oppassen voor gatenen kuilen bereikte ik de camping. Het was een gratis camping die bestond uit een groot grasveld met bomen, een pad er doorheen, een aantal plekjes waar je een vuurtje kon stoken een paar picknick bankjes en een toilet. Het toilet was een houtenhokje met een toiletpot en als je de briloptilde keek je in een groot diep gat met....... Ik kwam precies voor het donker aan en moest mijn dinner in het donker koken. Kangaroo steak, gebakken gekruide aardappelpartjes en sla, en natuurlijk onder het genot van een glas rode wijn.

In de nacht die volgde heeft het onophoudelijk geregent, maar was het gelukkig zo goed als droog de volgende ochtend. Die ochtend wilde ik naar point lookout rijden, een uitkijkpunt die 5km verder de dirtroad in lag. Toen ik me klaar aan het maken was voor vertrek kwam ik in gesprek met een man die net aangekomen was en zijn caravan op mijn plekje wilden zetten omdat ik uiteraard het mooiste plekje had uitgekozen. Ik kreeg van hem nog de tip om de viskwekerij te bezichtigen die ik zou passeren als ik via de dirt-raod terug zou rijden naar de hoofdweg. Maar ik reed eerst naar point lookout. Ik heb daar een klein wandeltochtje gedaan van 2,5km met in het begin drie lookouts vanwaar je een prachtig berglandschap moest zien. Het enige wat ik zag waren de bomen van de enorme berg waar ik zelf opstond, waarvan ik nooit had gedacht dat hij zo hoog was dat je over alle bergen in de omgeving uit kon kijken. Ik zag alleen een groot wit wolkendek een eind onder me met wat bergtoppen die daar doorheen priemden. Daarna vervolgde ik mijn route langs een stijl pad dwars door een prachtig regenwoud landschap langs rotswanden waarlangs kleine straaltjes water liepen van de buien van de nacht ervoor. Het pad was heavy; nat, glibberig, omgevallen bomen, lage begroeing, en op sommige plekken werd het pad zowel door mij als door het vele regenwater van de nacht ervoor gebruikt. Omderweg heb ik nog een kangaroo mijn weg zien kruisen waarvan ik me afvroeg waarom die zich op een bergzaam terrein als deze bevond. Ook heb ik nog twee Lyre birds gezien, dat zijn een soort bruine pauwachtige vogels die geluiden van andere vogels exact kunnen imminteren. Ook kunnen ze mensenlijke dingen immiteren zoals motoren van auto’s, claxons noem maar op. Nadat ik mijn wandelroute had afgerond ben ik doorgereden naar de viskwekerij. Dit was de ‘Dutton Trout Hatchery’ één van de twee NSW government centres waar forel wordt gekeekt en grootgebracht om later uitgezet te worden in open water voor de sportvisserij. Dit kon je allemaal bezichtigen. Je betaalde $3,30 entree (€2,25), het begon met het bezichtigen van een aantal aquarias met vissen die hier in de rivieren leefden, daarna kreeg je een filmpje te zien over hoe en wat ze deden op de kwekerij en je kon daarna een route lopen door de kwekerij lang alle stadias, van klein tot hele grote vissen. Ik was er als enige en kon dus lekker rustig alles bekijken. Je kon ook voer kopen om de vissen te voeren, alleen ik zag dat er vlak voor mij een schoolklas de kwekerij had bezocht en ik ging er vanuit dat die ook voer hadden en enrom hadden geknoeid, je weet hoe kinderen zijn. Enja hoor, de grond lag bezaaid met voer, en zo bespaard een backpacker weer geld. De forellen sprongen uit het water tijdens het voeren. Het was een kleine kwekerij, maar erg leuk om te zien en zeker de $3,30 waard. Rond 1 uur vervolgde ik mijn trip naar de Wollomombi Falls.

Ik zal mijn best doel het volgende deel zo snel mogelijk te publiceren.

groetjes Maarten

Foto's van de eerste anderhalve week staan op de site.

Hey hey,

Ik heb de foto's van de eerste anderhalve week van mijn reis erop gezet. Met onderschrift in de vorm van een klein verhaaltje. Ik kwam erachter tijdens het bekijken dat ik van deze anderhalve week niet heel veel foto's heb in tegenstelling tot de tweeenhalve week die daar op volgenden. Maar ik denk dat het met het verhaal erbij net genoeg is voor een goede indruk. Ik ben nu bezig met het uitwerken van dat verhaal, en zullen jullie snel te zien krijgen.

Ik ben er weer!

Hey hallo iedereen…

Het is even allemaal wat anders gelopen dan ik in eerste instantie had gedacht. Ik zal jullie nu even in het kort vertellen hoe het is gelopen, en het uitgebreide verhaal en foto’s moet ik nog even uitwerken en komen later.

Ik had dus voorgenomen om met die twee jongens 2½ maand rond te reizen. Nadat ik ze in Sydney had opgepikt begon de reis voor ons. Om er even kort over te zijn, ik was niet helemaal happy met de situatie en voelde me niet op m’n gemak om te reizen met de jongens. Ik besloot dan ook om na 1½ week afscheid van ze te nemen, en mijn eigen weg te gaan. Het was wel even een vervelende situatie voor beiden en er waren een aantal minder leuke momenten, maar achteraf gezien is de beslissing voor beiden goed geweest denk ik, en heeft mij zeker goed gedaan. Ik kijk er achteraf ook niet negatief op terug omdat ik veel geleerd heb van de situatie. Ik heb ze vervolgens in Brisbane gedropt waar ze binnen twee dagen alweer een andere camper hadden gevonden, en besloot ik om vanaf daar langzaam m’n eigen weg terug te vervolgen naar Melbourne. Ik heb hier vervolgens 2½ week over gedaan en ben dus 4 weken in totaal weg geweest. Ik heb een hele mooie tijd gehad de 2½ week dat ik alleen gereisd heb, veel mooie dingen gezien en heel veel mensen ontmoet en gesproken, maar dat verhaal komt nog allemaal.

Ik ben vanaf het moment dat ik alleen was alles op gaan schrijven wat ik beleefde met het idee het later terug te kunnen lezen en de kleine (wat vaak de mooie) dingen niet te vergeten. Dit is uiteindelijk een enorme lap tekst geworden.

Het volgende kunnen jullie van mij verwachten in de komende weken. Ik zal de foto’s van de eerste 1½ week op de site zetten met onderschrift zodat jullie weten wat ik toen beleefd heb. En ik zal alles wat ik opgeschreven heb van de 2½ week uitwerken en in delen op de site zetten zodat ik zowel jullie als mezelf niet belast met een enorme lap tekst. Bij deze verhalen zal ik dan ook bijbehorende foto’s toevoegen.

Nou, dan weten jullie weer even hoe het is, en zullen jullie weer snel wat van me lezen.


Groetjes Maarten.....

Oja, het weer begint hier in Melbourne nu wat kouder te worden, maar ja het is hier inmiddels ook al weer herfst...... maar dat betekent dat bij jullie het mooie weer er weer aan zat te komen, en daar waren jullie ook wel weer aan toe of niet.. Hahaha..

Een nieuwe aanwinst, en een nieuw avontuur!

Hey daar................................,



Alles goed?

Ik ben vorige week heel druk geweest.

Maar ik heb nieuws voor jullie. Ik heb een campertje gekocht!!!
Rondtrekken door Australië in een campertje is natuurlijk wel de beste manier, en heel avontuurlijk.

Ik heb na veel zoekwerk op internet en gebel twee geschikte campertjes kunnen vinden, en ben daar wezen kijken samen met mijn oom. Samen zijn we tot de conclusie gekomen, dat deze (zie foto's) het maar moest zijn.

Het campertje ziet er goed uit, motor klinkt goed, en alle papieren zijn op orde. Het mooie van deze camper is dat de motor 5.000 km geleden gereviseerd is en er 15.000 km garantie op zit van het bedrijf (in Perth) waar het gedaan is. Als je motor nou stuk loopt (wat ik niet verwacht) kom je wat lastig in Perth, maar dan kan er altijd iets geregeld worden, en wanneer je zulke garantie biedt als bedrijf moet het wel goed zijn (al deze bonnen zijn aanwezig). Verder is de distributieriem vervangen (30.000 km geleden), wat ook een hele dure ingreep is. De wagen heeft een vrij lage km stand voor Australische begrippen (Mitsubishi; model 1991 with only 235.000 kms). Of het allemaal zo goed is als dat het lijkt weet je natuurlijk nooit, maar ik heb er vertrouwen in dat dit een goede aankoop is.

En niet te vergeten hij heeft zowel een LPG als een gewone benzinetank. LPG kost ongeveer $0,60 per liter. (0,35 eurocent)

De andere die we bezocht hebben zag er ook goed uit. Deze was ruimer van binnen, omdat hij iets langer was, en hier kon je ook met z'n drieën voorin zitten.

Verder waren de banden iets beter bij deze (bij de ander waren ze ook goed), en was het interieur iets netter en beter afgewerkt (wat niet betekend dat die ander niet netjes is.) De motor van deze was iets zwaarden, klonk ook goed, alleen het meisje bekende eerlijk dat ze soms om de dag water bij moest vullen (wat betekent dat er toch iets moet lekken ergens).

De camper die ik gekocht heb, heeft twee zitplaatsen voorin, maar ik heb echter een stoel van mijn oom gekregen die precies achterin past en perfect zit, dus probleem opgelost.

Beide campertje waren uitgerust met volledig camping gear. Bestek, potten, pannen, electische koelbox, watertank, snorkel etc etc. Bij de camper die ik heb gekocht zat trouwens ook nog een tweede accu voor het electische koelboxje. En je kan met een omvormer accu's van telefoons en apparaten die op 220V werken opladen.

De uiteindelijke beslissing om de eerste camper te kopen was met hoofdreden dat we voor een goede motor en wagen gingen in plaats van het kleine beetje meer comfort van de ander.

Toen ik hem mee naar huis heb genomen, heb ik alle spullen er wat uit gehaald om te kijken wat er in zat. Ik heb wat deksel van kisten eruit geschroefd en verzaagd omdat die niet helemaal goed pasten (nu wel weer), en dingen nog wat vast gezet. Verder heb ik nog wat nuttige dingen hier van mijn oom gekregen: wat extra bestek, borden, glazen, pannen, stuk zeil, extra water en benzine tank etc.

De verdere planning is als volgt: nadat ik nu heerlijk uitgerust ben van een heerlijk weekendje met de hele familie bij Kennett river (licht aan de beruchte Great Ocean Road), waarvan jullie het verhaal en de foto's nog te zien krijgen. En vandaag de laatste dingen in de camper heb gestopt. Ga ik morgen ochtend (woensdag 17-03-2010) heel vroeg opweg naar Sydney om Geert Jan Zwager (uit Burgum) en een vriend van hem ontmoet. Het is de bedoeling dat we dan 2½ maanden gaan rondtrekken.

De rit naar Sydney is ongeveer 900km en met een snelheid van 80-90 (wat het beste is voor de camper) ga ik daar ongeer 10 tot 12 uur over rijden. Met wat pauze tussendoor denk ik er ongeveer 14 uur over te doen. Ik probeer 6 uur 's ochends weg te gaan, wat inhoud dat ik er 20.00 uur kan zijn. Ik probeer dit in een keer te rijden, lukt dit niet dan overnacht ik ergens onderweg en kom ik de volgende ochtend/middagaan.

Ik heb met Geert Jan en zijn vriend afgesproken dat wij elkaar op Sheralee Caravan Park inRockdale (een wijk in Sydney) ontmoeten. Dit is een camping, die voor mij makkelijk te bereiken is. Dit ligt vlak onder het vliegveld, met een treinstation ernaast, en is heel makkelijk te bereiken met de trein vanuit het centrum. Dit is voor beide partijen dus een goede ontmoetingsplek.

Nou, dit was het weer ff voor nu. Jullie horen wel weer van mij.

Groetjes Maarten...